Episode Transcript
Derya: Welkom bij Zuurstof voor Hasselt. De podcastreeks waarin we de schijnwerpers richten op de mensen die Hasselt tot een betere plek maken. En dat elke dag opnieuw.
Nele: Ik ben Nele Kelchtermans.
Derya: En ik ben Derya Erdogan. Samen met jou, Nele, wil ik de verhalen ontdekken van de mensen die het culturele, ecologische en sociale weefsel van onze prachtige stad verrijken.
Nele: We hebben het over de onvermoeibare vrijwilligers, de visionaire makers en de toegewijde buurtbewoners die Hasselt vormgeven op manieren die misschien niet altijd in de schijnwerper staan, maar die wel het verschil maken.
Derya: Elke aflevering nemen we je mee op een reis doorheen verschillende buurten en gemeenschappen van Hasselt. We gaan een gesprek met mensen die duurzaam initiatieven opzetten, kunst en cultuur tot leven brengen en zich inzetten, dat vooral voor een inclusieve stad waarin iedereen zich thuis voelt.
Nele: We willen dat deze verhalen inspireren en aanmoedigen. Of je nu een Hasselaar bent die al jaren hier woont of net bent aangekomen, deze podcast biedt een kijkje achter de schermen van onze stad en toont de veerkracht van de mensen die hier wonen.
Derya: Dus sluit je bij ons aan terwijl wij de verhalen delen van Hasselaren die echt het verschil maken. Dit is “Zuurstof voor Hasselt”.
Paul: Ik ben Paul Douwe, directeur van de gevangenis van Hasselt, nu ongeveer tien jaar. De gevangenis van Hasselt is een van de grootste van het land. Wij herbergen een 600-tal mensen, 550 mannen, 40 of 50 vrouwen, en dat samen een hele boterham.
Derya: Dag Paul. Allereerst bedankt om met mij in gesprek te gaan over een onderwerp waar weinig, volgens mij heel weinig, Hasselaren mee in aanraking komen, maar toch wel een grote impact heeft op onze stad. Een leven na een gevangenisstraf.
We hebben dit jaar beslist om een noodwoning te bouwen voor dakloze gevangenisverlaters. Dat is een project waarvoor wij nauw zullen samenwerken met jou en de gevangenis. Uiteraard ook met een aantal andere partners die in gaan staan voor de begeleiding. Maar voor wij daar dieper op ingaan, kun jij even voor mensen die hier nog nooit zijn geweest, even uitleggen wat hier allemaal aan de hand is.
Paul: De meeste mensen zijn hier nog nooit geweest. Langs de ene kant gelukkig maar. Als je hier binnenkomt, omdat je veroordeeld wordt tot een gevangenisstraf, is het meestal een pijnlijke zaak. Langs de andere kant is het spijtig dat de meeste mensen hier nog niet geweest zijn. Ik vind het belangrijk dat heel de samenleving eigenlijk weet wat zo'n gevangenis is en wat er gebeurt met de mensen die hier terechtkomen, wat de gevolgen zijn.
Want dat is niet niks. Als maatschappij spreken wij straffen uit via de rechtbanken. We houden ook mensen in voorlopig hechtenis via de onderzoeksrechters. Maar dat heeft een enorme impact op mensen hun leven. Ik zeg ook niet dat de maatschappij dat niet mag doen. Integendeel, ik denk dat we het volste recht hebben om bepaald gedrag af te keuren en te zeggen dat dat gaat... Of dat druist zo sterk in tegen de waarden en normen die wij voorstaan, dat de maatschappij zegt je mag een tijd niet meer meedoen, je gaat een tijd achter slot en grendel.
Maar je moet je dan bewust zijn wat er ook gebeurt en wat voor gevolg het op de mensen heeft.
Dat is niet min.
Derya: Wat is het profiel van de gemiddelde gedetineerden hier?
Paul: Dat is moeilijk te zeggen. De meeste zijn mannen. Dat is moeilijk te zeggen, omdat we verschillende afdelingen hebben. We hebben twee afdelingen waar mensen in verlopen hechtenis zitten. En we hebben mensen die relatief lange straffen uitzitten, over 50-50. 250 à 300 per groep, die cijfers wisselen nogal eens. Van die mensen die lange straffen uitzitten. Allee, een gemeenschappelijk kenmerk is dat er een grote afhankelijkheidsproblematiek is. Heel wat van ons mensen, wij schatten ongeveer 60%, misschien zelfs iets meer, heeft een verslavingsprobleem.
Voor de meeste mensen zijn dat drugverslaving, kanalkoolverslaving, medicamentenverslaving, gokverslaving. Er is een grote zuchtigheid. Dat is belangrijk. Dat heeft een belangrijke rol gespeeld voor de meeste mensen bij de totstandkoming van het crimineel gedrag, van de misdrijven. En het is ook een cruciale factor waar we iets aan moeten doen, waar we ondersteuning moeten bieden in functie van het op een fatsoenlijke manier terug naar buiten gaan.
Dat ten eerste. Ten tweede zien we dat de leeftijd van de mensen groeit, stijgt. Ik ben ongeveer 40 jaar in dienst. 40 jaar geleden lag de gemiddelde leeftijd zo ongeveer rond de 25 jaar. Nu zitten we zo dicht tegen de 40 jaar aan.
Dat wil eigenlijk zeggen, we zijn nog altijd in de groep heel jonge mensen, dat de groep oudere mensen toeneemt. Dat wil ook zeggen dat we in de gevangenissen nieuwe problemen aan het krijgen zijn. In sommige gevangenissen zijn er al bijzondere afdelingen voor oudere mensen. We rekenen in de gevangenis 55 plus aan het oprichten. Omdat, ja...
We zeggen 55 plus, omdat de meeste mensen die hier zitten wel zo'n intensieve levenscyclus gehad hebben, dat ze wat sneller oud geworden zijn dan de gemiddelde Belg die een meer rustig bestaande gehad heeft. Daar bereken we vanaf 55. Maar dat is een grote groep. Die hebben andere zorgen nodig. Die zijn minder mobiel in de gevangenis. We zitten met infrastructuur, met trappen, met de mogelijkheid om te wassen, met douchen, maar die zijn er allemaal niet aan aangepast. Naast die kenmerk drugs is dat ook een groter wordend kenmerk van ons populatie.
Derya: Ik denk dat heel veel mensen zich afvragen hoe een dag begint en hoe een dag eruitziet voor een gedetineerde. Kun je daar iets meer over vertellen?
Paul: Ja, we proberen die dag zoveel mogelijk te organiseren, te structureren, zoals het leven buiten eigenlijk. We proberen voor zoveel mogelijk mensen werk aan te bieden. Om acht uur beginnen de mensen te werken. Sommigen die de etensbedeling deden al wat vroeger... Ah ja, de etensbedeling. Om half zeven ongeveer is het wekken in de weekdag. Dat is ook omdat de ochtendploeg begint om zes uur. Dat is een functie daarvan.
en dat die goed gesetteld zijn en de taken zijn overgenomen, dan gaan die overal een ronde doen. We noemen dat wekken. En dan staan mensen al dat niet op. Een beetje later komen met ontbijt. Dus alleen de koffie, want de rest hebben ze de avond tevoren kunnen nemen. En dan gaan mensen werken die werk hebben. We hebben die grote ateliers waar mensen industrieel werk kunnen doen.
En we hebben hier heel wat werkzaamheden in de gevangenis zelf. Mensen helpen in de keuken, mensen helpen in de wasserij, mensen poetsen, mensen doen onderhoudswerken. Dat zijn er alles samen een honderdtaal die we eigenlijk zelf te werk stellen voor ons. En ondertussen zijn er ook lessen. Alle soorten organisaties die buiten een volwassen onderwijs aanbieden, proberen dat hier ook te doen. We mikken zoveel mogelijk op diploma-gericht onderwijs. Dat lukt redelijk.
Ondertussen hebben we ook programma's. Mensen kunnen naar de hulpverleningssessies gaan. We hebben heel wat diensten van de buitenwereld. Centrale Geestelijke Gezondheidszorg voor therapeutische ondersteuning. VDAB heeft hier medewerkers om mensen te begeleiden in het zoeken naar werk. Al dat soort initiatieven. Ook de culturele activiteiten kunnen op dat moment doorgaan.
Een aantal van die activiteiten kunnen ook s'avonds na het werk zijn. Als we alleen overdag zaken organiseren, kunnen de mensen die gaan werken daar niet aan deelnemen. Dus we proberen die dag zo dynamisch mogelijk in te richten.
Derya: En komt iedereen, of wie komt er vooral een aanmerking om te werken?
Paul: We proberen iedereen te stimuleren, maar het probleem is dat we werk tekort hebben. We hebben een plaats in de industriële werkplaats waar 120, 150 mensen een dag lang het werk hebben. Maar eigenlijk hebben we sinds de coronacrisis op de soekel geraakt met ons werkgevers. We hebben heel wat...
nood aan extra werk. Als iemand hier binnenkomt en hij vraagt werk om in een van de industriële plaatsen te gaan werken, moet hij de gemiddelde wachttijd is acht maanden. Dat is zeer lang. En daarmee zijn we een van de beteren in het land. Dat is dus een probleem. En vandaar ook dat we ook heel veel van die andere activiteiten, lessen, onderwijs, overdag, tijdens de werkuren, gaan inrichten zijn. Omdat we ook al een heel groot potentieel hebben van deelnemers bij mensen die niet werken.
Derya: Ik heb hier een woord geleerd afgelopen jaar, sinds dat wij in gesprek zijn met elkaar betreft die samenwerking. Ik heb geleerd dat gevangenen detentieschade oplopen.
Paul: Ja, dat wil eigenlijk zeggen dat de mensen beperkt worden in de mogelijkheden om op een goede manier te gaan deelnemen aan de samenleving nadat ze uitgevangen is.
Vertrekken. Mensen zitten niet. Mensen worden eerst afgesneden, of voor een groot stuk afgesneden, van hun sociale context. Mensen krijgen een stempel mee. Je bent in de gevangenis geweest.
Derya: Dat stigma.
Paul: Je krijgt een stigma. Je kansen worden kleiner. Je wordt scheef bekeken door mensen achteraf. Je vindt moeizamer werk. Onderdak, het onderwerp waar het hier gedeeltelijk over gaat, zal moeilijker worden. Dat is een groot probleem.
En ook door zo van die normale samenleving afgescheiden te zijn, gaan ook je persoonlijke competenties afnemen. En mensen komen hier, de bevolking hoort dat niet graag, maar als we mensen gewoon in de gevangenis zetten zonder extra zorg, zonder extra ondersteuning, dan komen ze per definitie slechter uit dan dat ze er binnen gekomen zijn.
Derya: Ik heb nog een vraag voor jou. Het betreft inspanningen om bijvoorbeeld in te zetten op talenten van gevangenen. Jullie doen dat door bijvoorbeeld heel erg laag drempelige initiatieven, bijvoorbeeld dat moestuinieren, dat is onlangs opgestart. Er wordt ingezet op een bibliotheek en sporten voor gedetineerden, maar ook op kunst en cultuur. Waarom is dat zo belangrijk?
Paul: Ja, dat is voor die gedetineerden juist zo belangrijk als voor elke gewone burger in de maatschappij. Mensen worden opgesloten, maar dat blijven mensen met dezelfde menselijke behoefte aan kennis, aan onderwijs, aan cultuur, aan sport, aan...alle aspecten die belangrijk zijn voor mensen om zich te ontwikkelen of blijvend mens te zijn en te groeien als mens. Dat is voor gedetineerden niet hetzelfde als voor de mensen buiten. Als we mensen daarvan helemaal afsluiten, dan ontmenselijken ze. En dan wordt het nog veel moeilijker om ze op een fatsoenlijke manier te laten reïntegreren naar hun opstelling. Dus het is van ontzettend belangt dat mensen in de gevangenis zich zoveel mogelijk volwaardige eigenlijk zelfs volwaardig een burger van een maatschappij kunnen voelen en zoveel mogelijk positieve mogelijkheden hebben om zich te uiten en ook om te groeien, ook om te leren, ook om nieuwe vaardigheden aan te leren om beter te kunnen functioneren achteraf. Maar ook bijvoorbeeld cultuur, dat voor veel mensen relatief vrijblijvend lijkt, dat is niet vrijblijvend. Allee, we subsidiëren musea, we zijn bezig met met kunstonderwijs, met cultuur vanaf het eerste leerjaar of zelfs vroeger. Dat zijn belangrijke menselijke noden om mens te kunnen blijven. Als we de gevangenen helemaal ontmenselijken en met de vinger gaan wezen van... Jij doet niet meer mee, jij hoort niet meer bij ons. Jij bent een onmens. Dan moeten we ook niet verwachten dat we hem ooit als mens terug in de maatschappij krijgen.
Derya: En kwetsbaarheden. Hier kom je ongetwijfeld ook wel wat kwetsbaarheden tegen.
Paul: Gewoon kwetsbaarheden op verschillende vlakken. Ik heb daarnet onderwijs genoemd. Wij selecteren, spijtig genoeg, bij voorrang uit de zeer laag opgeleide mensen. Niet uitsluitend, maar die zijn toch wel zeer oververtegenwoordigd vandaag.
Er is ook een direct verband met de criminaliteitsgraad en de onderwijsniveau. Vandaar dat het heel belangrijk is om in te zetten op onderwijs in gevangenissen. De maatschappij wordt ook altijd maar ingewikkelder. Het wordt voor ons mensen ook altijd maar moeilijker om overal die vaardigheden te beschikken die verwacht worden. We hebben hier mensen die hier zitten van voor de bankkaart is uitgevonden.
Stel je maar eens voor, dan spreek ik nog niet over een mobiel telefoon of over een iPhone. Bijvoorbeeld, als ik zeg basisvaardigheden, computer, dan zie je dat je hier constant loopt. Echt basisvaardigheden. Basisvaardigheden Word, basisvaardigheden, ja, een aantal programma's. En dat kan zijn omdat ze hier al heel lang zitten, dat ze daar niet mee weg zijn. Maar ook dus omdat het onderwijsniveau, of de mensen op het periode dat ze buiten waren, ook niet geleerd hebben. Dat vlak ook al alfabet waren.
Andere vaardigheden zijn... Ik heb vanmorgen nog een gesprek gehad met iemand van het VAPA. Ja, mensen met een kwetsbaarheid op de ontwikkeling. Die zijn ook wat oververtegenwoordigd in onze populatie. Dat geldt ook wel samen met die onderwijsgraad. En dan de psychiatrische kwetsbaarheden. Dat is een probleem dat radend snel aan het toenemen is. Wij zitten met zeer veel, zeer zwaar...
Zeer veel mensen met zeer zware psychiatrische problematiek in de gevangenis, terwijl we daar eigenlijk geen passend antwoord op hebben. Ik durf hardop te zeggen dat er in enkele psychiatrische instellingen in dit land is dat zoveel uiteenlopende of mensen met zoveel uiteenlopende zware psychiatrische ziektebeelden zomaar bij elkaar durven te zitten. Wij moeten wel, zonder gepaste omkadering, zonder geschoold, met veel te weinig mensen die op dat vlak geschoold zijn.
Derya: Je kunt u blijven afvragen of dit de beste beslissing is, of deze mensen hier wel thuishoren.
Paul: Ja, dat is een probleem. De maatschappij heeft het volste recht om te zeggen dat we dat gedrag niet tolereren en daar hebben we geen betere oplossing voor dan te zeggen dat we een tijd niet meer meedoen. Korte of lange tijd in de gevangenis. De maatschappij moet er goed over nadenken. Maar er zijn natuurlijk omstandigheden waar we beter een ander antwoord op geven om te vermijden dat dat gedrag Zich blijft stellen. En dan zeg ik, god, ja, de psychose problematiek, de afhankelijkheidsproblemen.
Als slachtoffer kan het mij zelf niet veel schelen of ik nu beroofd ben door een druggebruiker of door een normale mens die dat als beroep vindt, dat hij dat zo moet doen. Ik ben mijn portefeuille, ik ben mijn geld kwijt of mijn auto kwijt. Allee, we moeten zorgen dat dat slachtoffer niet in de kou blijft staan. Wat ook de problematiek is bij de dader.
We moeten als maatschappij toch bezinnen dat iedereen zomaar op hun hoop zet. Ongeacht welke politiek er is, is dat geen antwoord. Dat is een van de redenen waarom onze recidivegraad nog altijd zo hoog is.
Derya: Maar er is ook een leven na detentie. Heel veel gevangenen gaan op een bepaald moment hun straf uitzetten en komen terug naar de maatschappij. Hoe vangen we dat het beste op?
Paul: Ja, 99 procent van de mensen komen ooit vrij. Sommigen na een heel lange periode. Dat maakt het moeilijker om terug te reïntegreren. Sommigen na een korte periode. Er zijn een aantal zaken die heel essentieel zijn.
Ik ga eerst iets anders vertellen. Sinds de Eerste Wereldoorlog, sinds de universiteit de studies begon te doen over hoe mensen samenleven en hoe ze de normen volgen of niet volgen, zijn er heel veel studies gedaan.
De meeste uiteenlopende resultaten of hypotheses worden ervoor gebracht. Overal maakt het nu dat iemand, als hij in de gevangenis is geweest, opnieuw recidiveert of nog terugkeert in de gevangenis. Wat zijn daar de redenen van? Er is eigenlijk enige constante in al die onderzoeken. In welke mate is iemand nog...ingeborgen in de maatschappij. In welke mate kan hij ergens terecht? En niet alleen heeft hij ondertak, wat een ontzettend belangrijk element is, maar zijn er ook nog andere mensen die om hem geven en waar hij een relatie mee kan uitbouwen? Of bezwarende oude relaties die nog doorgelopen zijn?
Dat is de belangrijkste factor of iemand terugkeert in de gevangenis, of iemand opnieuw stappen zet naar misdrijven, of iemand het rechte pad zal kunnen bewandelen. De meeste mensen die hier buiten gaan, ik denk 90 procent, is er echt van overtuigd. En nu ga ik mijn best doen om niet terug te komen.
We hebben ook nog een 5 à 10 procent professionele, die zeggen van... Dat is mijn werk, ik doe gewoon verder. Die mensen bestaan, we moeten daar ook niet een ozel over doen. Maar de grote meerderden, als ze hier buiten gaan, die willen daar echt iets van maken om iets niet... De meeste daarvan, of heel veel daarvan, kunnen zich dat ook realistisch inschatten van hoe slechte mogelijkheden liggen soms. En het ergste verhaal is nergens naartoe kunnen.
Als je nergens naartoe komt, en spijtig genoeg valt dat nog altijd voor, wij stellen mensen vrij, die staan hier aan de deur, die kijken naar links, die kijken naar rechts en zeggen, ik zal maar naar daar gaan, die weten het wel naartoe. Dat is honderd procent zeker, keren die terug. Zullen die opnieuw stappen zetten of daden stellen die we niet graag hebben? Zullen ze terug voor de rechter komen en zullen ze terugkomen? Dus als mensen nergens terechtkomen, is het bijna garantie op nieuwe misdaden.
Derya: Ik heb ook begrepen dat wij...
We zijn een grote gevangenis, 550 tot 600 personen die hier worden opgevangen op dagbasis, maar er is ook een immense uitstroom. Ongeveer duizend personen jaarlijks, dat klopt toch? En 60% van die personen blijft in Limburg. Dat zijn de cijfers die ik heb meegekregen.
Ik begrijp ook dat er na uitstroom, en je hebt net een aantal redenen gehaald, dat het cijfer van recidieven enorm hoog is. En dat heeft te maken met een aantal kansen die wij mensen ontnemen. Een kans om onderdak te vinden, om ergens veilig te verblijven, dat is één van de eerste redenen.
Nu, als stadsbestuur en als samenleving kun je natuurlijk ook niet wegkijken van deze problematiek. Wij proberen daarop in te zetten door een noodwoning in te richten, waar wij vier ex-gedetineerden zullen opvangen. Is het een meerwaarde dat we hierop inzetten?
Paul: De vraag stellen is bijna als beantwoorden. Ik heb dat net ook aangehaald. Als mensen nergens terug terecht kunnen, en het eerste element is onderdak, dan komen ze bijna zeker terug.
Het antwoord is overduidelijk. Dat is een zeer belangrijke stap. Al gaat het over vier mensen. We gaan de wereld daar niet mee veranderen, maar vier mensen zijn vier mensen die voor een beperkte tijd ergens een veilig onderdak hebben en van daaruit kunnen verder begeleid worden naar zelfstandig wonen en leven. Dat is een enorm goed initiatief. Kijk, we maken ons soms de illusie van...
Hoe langer we mensen in gevangenis steken, hoe minder misdrijven we gaan krijgen. Maar eigenlijk is bijna het omgekeerde waar. We moeten mensen op een zo goed mogelijk ondersteunde manier terug buiten krijgen. Daar ligt de clou. En dan zijn zo'n noodwoningen een zeer goed initiatief.
Als je mij vraagt, zou een andere gemeente dat ook moeten doen. Ik ben vragende partij om op veel plaatsen noodwoningen op te richten. Of vergelijkbare initiatieven, want het hoeft niet altijd een noodwoning te zijn. Er zijn ook transitiehuizen, detentiehuizen. Het nadruk op kleinschalige opvang voor gedetineerden en ex-gedetineerden is, denk ik, een van de belangrijkste elementen om in de toekomst onze bevolking richting de ogen te kunnen kijken en zeggen we besteden ons middelen op een manier waarop we effectief iets doen aan een samenleving met minder delinquentie, met minder criminaliteit.
Derya: Zoeken naar een geschikte locatie of een geschikte buurt, dat was een zeer moeilijke opdracht. We zijn er uiteindelijk geraakt. En al bij al hebben we samen ook een info moment georganiseerd. We hebben deelgenomen aan dat info moment voor de buurt. Al bij al reageerden ze eigenlijk heel goed. Er was weinig weerstand.
Paul: Ik moet u gelijk geven, ik vond het een zeer positieve ervaring. Je had me gevraagd om mee te komen, ik had daar een beetje schrik van. Ik dacht, oei, dat gaan allemaal veel tegenstanders zitten en we gaan bagger over ons krijgen en de mensen gaan zeggen, ja, ja, het is allemaal goed en wel, maar het moet ver van ons bed zijn.
Eigenlijk was het tegendeel waar mensen stelden vragen, soms ook kritische vragen. Dat is hun volste recht, maar ik had het gevoel dat daar een positief draagvlak aanwezig was. Mensen zijn soms wel slimmer dan we soms wel denken. Als je de kranten leest en de media leest, dan is dat de paniekverhalen en de negatieve zaken komen vandaan. Heel wat populistische slogans worden gevolgd, maar als je rechtstreeks met de mensen gaat praten, Ik denk dat de mensen slim genoeg zijn om doordachte oordelen te kunnen veilen.
Derya: We hebben het zo net gehad over het traject. Je hebt lange trajecten, typisch detenties. Dus we weten ook ondertussen waarom, met welke reden mensen hiertoe komen. Maar hoe ben jij hier terechtgekomen?
Paul: Dat is een vraag eigenlijk redelijk bij toeval. Ik heb criminologie gestudeerd in een ver verleden. En eigenlijk... Een beetje een rare vraag, ik had stage gedaan in de gevangenis. Ik ga nu de naam niet noemen. Waarschijnlijk was het de eerste stagiair ooit daar. En het was niet Hasselt.
En eigenlijk, ik had daar veel geleerd over hoe dat gevangeniswezen draaide. We hadden de theorie veel geleerd, maar de praktijk ziet er enigszins anders uit soms. En eigenlijk was mijn goesting over om in het gevangeniswezen te gaan werken. Maar het was begin jaren 80, grote jeugdwerkloosheid toen.
Dus zoals heel wat ex-afgestudeerden belanden wij op de dop en moesten we nog elke dag een stempel gaan halen. En op de schone dag werd er toch een examen uitgeschreven, rechtstreeks, voor de adjunct-gevangisdirecteur. Het zijn toegankelijk voor criminologen.
En ik kreeg een brief van de VDAB, toen nog RVA, dat ik toch wel aan de examen moest deelnemen, want anders zou ik mijn dop zous verliezen. Dat is een beetje een verhaal. Ik kreeg die brief echt, maar zonder die brief had ik ook wel meegedaan aan het examen. Ik heb meegedaan aan het examen, we waren daar met 400, 500 afgestudeerd. Ik was redelijk matig gerangschikt en een half jaar later werd ik opgeroepen. Ik dacht, ik ga dat een paar jaar doen.
En dat is ook een serieuze job. Maar die paar jaar is eigenlijk een hele carrière geworden. Dat is een wereld die me ontzettend geboeid heeft. Je wordt hier dagelijks geconfronteerd met heel veel leed, schrijnende situaties. En die detentieschade is van toepassing op gedetineerden, maar ook een beetje op personeel. Ik denk, als gevangenispersoneel moet je daar zich heel hard voor waken om geen eeuw te krijgen op je ziel.
Dat je niet alle problemen, of dat je niet wapent tegen alle problemen en ze allemaal minimaliseert. We moeten blijven openstaan voor de miserie en het leed van de mensen. Dat is een harde wereld, maar maakt de wereld ook boeiend.
Derya: We hebben het gehad over de impact die detentie heeft op gevangenen, maar ongetwijfeld heeft het ook wel impact op werknemers hier, en ook op jou als mens. Wat doe je bijvoorbeeld om jezelf daarvoor te wapenen? Hoe ga je daarmee om?
Paul: Ik heb niet het gevoel dat ik iets speciaals doe. Ik denk positieve ingesteldheid en echt geloven in het potentieel van de mensen, als wel gevangenen als andere mensen, dat het toch wel belangrijk is om in zo'n job te kunnen overleven en te proberen of blijven op een positieve manier te doen. En dat is ook de manier waarop wij mensen selecteren. We hebben hier de laatste jaren in het Limburgse 170 jonge mensen aangeworven in deze gevangenis te komen werken. Heel wat daarvan zijn doorgestroomd naar andere gevangenissen of naar andere diensten. Sommigen hebben gezegd van ja, het is niks voor mij, ik zoek ander werk. Maar ook daar, als we die mensen proberen of als we die selecteren, of ook als we die tijdens hun eerste jaren begeleiden, proberen we echt... Ja, die noodzak aan die positieve kijk in het leven. Eigenlijk moet je zelf een gelukkige mens zijn om met al dat ongeluk te kunnen overleven waarmee je geconfronteerd bent.
Derya: Je hebt dus een carrière van bijna veertig jaar achter de rug. Wat heb je hier geleerd?
Paul: Centraal in het verhaal is dat we de gedetineerden als mens moeten blijven zien. Als we willen dat de mensen die in de gevangenis zitten, na hun gevangenis als mens gaan in de samenleving actief zijn, dat moeten we ook tijdens de gevangenis als mens blijven zien. De gedetineerden moeten ook niet naïef zijn. Die misdrijven die zijn gepleegd, moeten daar niet naast kijken.
Aan de andere kant zijn die mensen meer dan alleen het misdrijf dat ze gepleegd hebben. Dat zijn mensen met ook heel wat positieve mogelijkheden. Die positieve mogelijkheden moeten we gaan inzetten om de mensen ook later op een positieve manier in die maatschappij te laten functioneren. Een andere les die ik zeker geleerd heb, is dat die grote mastodont-gevangenissen, dat deugt nergens voor. De negatieve invloeden op elkaar, het onpersoonlijke, wat die grootschaligheid meebrengt, Doe meer kwaad dan goed. Er is redelijk recent een tendens naar kleinschaligheid. Ik denk dat dat een zeer goede tendens is. We moeten mensen opvangen in kleine eenheden, in kleine gevangenissen, waar zeer intensief kan gewerkt worden en waar mensen ook actief in een klein samenlevingsverband, met gedetineerden, hun rol kunnen opnemen. Dat die gevangenschap zo positief mogelijk kan verlopen.
Ik denk dat we moeten inzetten ook op ons personeel. We moeten mensen op een positieve manier ondersteunen. We moeten echt mensen... We hebben over detentieschade gepraat, bij gedetineerden, ook bij personeel. Mensen zouden meer mogelijkheden moeten hebben om op een positieve manier te kunnen overschakelen, al is maar tijdelijk, naar ander werk. Ik denk dat dat ook belangrijk is.
Derya: Oké, om af te sluiten, zou ik misschien willen meegeven, Paul, dat mijn beeld als mens op gedetineerde en het gevangenisleven enorm is veranderd. En ik wil jou al sinds heel erg bedanken voor de tijd en voor dit fijne gesprek.
Bedankt dat je hebt geluisterd naar “Zuurstof Voor Hasselt”. Wij hopen dat dit interview je heeft geïnspireerd en je kan aanmoedigen om hetzelfde verschil te maken in onze stad.
Nele: Als je meer wilt weten over de mensen en initiatieven die je in deze reeks hebt ontdekt, bezoek dan onze website voor aanvullende informatie en bronnen. Je vindt de link in de beschrijving van deze aflevering.
Derya: Wil je reageren op een aflevering? Contacteer ons gerust. We willen graag horen wat jou inspireert en hoe jij bijdraagt aan de positieve verandering in Hasselt.
Nele: Tot de volgende keer!